Home » Kerkgeschiedenis

Kerkgeschiedenis

“Gedenkt uwer voorgangeren, die u het Woord Gods gesproken hebben; en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst hunner wandeling.”
Hebreeën 13:7 (SV)

Op deze pagina onderzoeken we hoe er onder orthodoxe christenen is en wordt gedacht over schepping, zondeval, zondvloed en spraakverwarring. Vooral de Gereformeerde Gezindte in de breedste zin van het woord en haar voorlopers krijgen hier bijzondere aandacht. Het gaat hier dus (voorlopig) om de meest recente kerkgeschiedenis. De tekst staat nog niet mooi ‘verhalend’ onder elkaar, maar dat komt doordat deze pagina continue wordt aangevuld. Naar mate er meer informatie op te lezen is zal er ook meer samenhang ontstaan.

Oud Gereformeerde Gemeenten

Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland

God de Schepper

G. Klein verwijst in het Kerkblad der Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland naar Thomas Watson als die in een van zijn werken aangeeft dat God ‘de Fontein en de Oorsprong van alle goed’ is.1

Gelovigen zien de ‘wijsheid van God, die zich openbaart in al Zijn werken, zowel van de natuur als van de genade. En zo versmelt de wijsheid van alle schepselen en is zij stil en tevreden in de alleen wijze regering van God’.2

Binnen de theologie van de Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland wordt gesproken van een verkiezing ‘voor de grondlegging van de wereld’.3 Hierbij wordt bijvoorbeeld verwezen naar Efeze 1 vers 3-6.

De mens respecteert Gods schepping niet meer en we zijn vervallen in decadentie.4

De schepping van de mens

D.C. van der Ploeg geeft in het Kerkblad der Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland aan dat de Heere weet ‘wat maaksel’ de mens is ‘en is gedachtig dat ze stof zijn‘.5 Dit staat in Psalm 103:14. De mens wordt een schepsel van God genoemd.6 We zijn ‘goed uit ’s Heeren hand voortgekomen’.7 Ds. R. Bakker geeft aan dat een erfenis, ‘die door het gehoorzamen van Gods geboden te verdienen was’ het mensdom toelachte.8 God zei: “Doe dat en gij zult leven!”9

Philipp Blom en Paul Verhaege schrijven zelfverheffing to aan het scheppingsverhaal waarin de mens het kroonjuweel van de schepping is. Drs. Zevenbergen noemt dit in het Kerkblad der Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland ‘onbegrijpelijk’. “In onze samenleving hecht men toch daar weinig waarde meer aan? De postmoderne mens ontleent zijn waarde absoluut niet meer aan God, maar aan zijn autonome ‘ik’.”10

De zondeval

De duivel en de slang

De slang komt vaak in Gods Woord voor. Bijvoorbeeld in Genesis 3:1. J.M. Verwijs tekent hierbij aan dat ‘de duivel (…) dit dier’ heeft ‘misbruikt om de mens van God, zijn Schepper, af te voeren. Daarom wordt de duivel ook de oude slang genoemd’.11

De gevolgen van de zondeval

Van nature heeft de mens de erfenis er doorgebracht. “We zijn van God afgeweken, de Bron en Springader des levenden waters, en hebben een verbond met de dood en een voorzichtig verdrag met de hel gesloten. We zijn in Adam gevallen in een geestelijke, tijdelijke en eeuwige dood. Die erfenis wacht ons, indien we niet door wederbarende genade tot bekering komen. Een erfenis, die we moed- en vrijwillig hebben begeerd.”12

Volgens wijlen ds. W. Kamp zijn wij allen goddelozen geworden in Adam. Kamp: “Wij hebben God verlaten, zodat wij geworden zijn als mensen die geen thuis meer hebben; die zwervende zijn op de aarde en geen vaste woonplaats meer bezitten. Zo zien wij op aarde twee volken. Het ene bestaat uit goddelozen, waartoe wij allen van nature behoren, gevallen zijnde als adamskinderen, uit en buiten God, zodat niemand Hem meer behoeft of nodig heeft, want wij hebben aan de wereld en de dingen van de tijd genoeg. Zo zegt Gods Woord dat niemand naar Hem vraagt en dat niemand naar Hem zoekt, maar dat wij allen afgeweken zijn. Tezamen zijn wij stinkende en onnut geworden voor God.”13

Ds. T. Klok geeft in een meditatie in het Kerkblad der Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland aan dat ‘in de gevankelijke wegvoering van Israël naar Babel, om hun zonde’ ons ‘aller beeld’ ligt. Klok: “Want om onze zonden in Adam zijn we allemaal geestelijk gevangenen van de duivel geworden en moeten we om onze eigen schuld Gods gunst en gemeenschap missen, zonder dat we er smart of berouw over hebben. Wil nu ooit enige ware hoop zijn dat we weer in Gods gunst hersteld mogen worden, dan zal het toch onmisbaar zijn dat we met deze bede (uit Klaagliederen 5:21a red.) leren instemmen en in waarheid om genade en bekering leren bedelen.”14

In het woordje ‘bezwijken’ zien we, volgens ds. H.H. Romkes, terugkomen ‘wat we allemaal geworden zijn door onze diepe val in Adam. We zien terugkomen waar we allemaal aan onderhevig zijn gevonden, en dat zijn de gevolgen van de zonde’.15

De mensen worden ‘adamskinderen’ genoemd of ‘een (gevallen) adamsgeslacht’.16

De moederbelofte

God heeft in het paradijs geopenbaard ‘dat Hij Zijn dierbare Zoon op aarde zou zenden, Die de satan de kop zou vermorzelen, hem zijn macht, het geweld des doods zou ontnemen, en dat Hij op aarde een gemeente, een volk zou vergaderen, waarvan Zijn dierbare Zoon Hoofd en Koning zou zijn’.17

Christus en de zondeval

In een afsluitend artikel over de kinderdoop citeert ds. A. Kort ds. Theodorus van der Groe.18 Van der Groe schrijft, en Kort stemt daarmee in: “Waar slechts een halve overtuiging is, die de mens niet geheel en al brengt tot het gevoelen van zijn verloren staat in Adam, daar wordt nooit oprecht gelovig, maar altijd wettisch, ongelovig en door eigenwerk met Christus en het Evangelie gehandeld.”19

Ds. R. Bakker wijst in zijn artikel Beërven op de gevolgen van de zondeval, maar eindigt niet in een mineur: “Maar nu is er nog een Weg om de eeuwige zalige erfenis te verkrijgen! Dat ligt verborgen in de Zone Gods en wordt Zijn kinderen alleen naar Zijn vreeverbond getoond.”20 Ook wijlen ds. W. Kamp eindigt bij de bespreking van de gevolgen van de zondeval niet in een mineur: “Maar het heeft de Heere van eeuwigheid behaagd zulk een weg uit te denken en daar te stellen, dat Hij uit dat gevallen adamsgeslacht sommigen hier op aarde wilde trekken, wekken en toebereiden tot de eeuwige gelukzaligheid. En dat uit kracht van Zijn eeuwig verbond en trekkende liefde, die bij God was voor de tijden der eeuwen.”21

Kaïn en Abel

Ds. A. Kort geeft in het Kerkblad der Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland aan dat ‘doodslag en moord (…) er altijd al geweest‘ zijn. Hij verwijst voor de eerste moord naar de geschiedenis van Kaïn en Abel. Kort: “De eerste vinden we direct al, nadat Adam en Eva door hun zondeschuld uit het paradijs werden verdreven. In Genesis 4:8 lezen we van de eerste broedermoord. Kaïn sloeg Abel dood, omdat Abel een meerdere offerande bracht dan Kaïn. In tegenstelling tot Kaïn was Abel een rechtvaardig man, een kind Gods; hij vreesde God. Dit alles was onverdraaglijk voor Kaïn. Hij sloeg de hand aan hem.” Kort gaat daarna nog in wat die moord betekende. Hij schrijft: “Moord is in feite het op onwettige wijze opzettelijk beëindigen van het leven van een ander, waarbij een strafverzwarend element aanwezig is. Je kunt dan denken aan de zogeheten moord met voorbedachten rade.”22

Openbaar aanroepen van Gods Naam

J.M. Vermeulen schrijft in het Kerblad der Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland over Brakel en het gebed. Onder verwijzing naar Genesis 4 vers 26b geeft hij aan dat het gebed ‘een noodzakelijke, nuttige, heilige en heiligmakende plicht van een christen’ is. “Hierom wordt de gehele godsdienst uitgedrukt met bidden en God aanroepen.”23

De ark van Noach

De ark van Noach wordt ook wel een buitengewoon sacrament genoemd; het was een zaak die iets beduidde.24

De reis van de familie van Abraham in de richting van Kanaän

Abraham moest ook op reis, mevrouw Veldhuizen-Bisschop noemt het ‘verhuizen’. “Abraham is op reis gegaan. Zijn vader Terah en zijn neef Lot zijn met hem meegegaan. Zijn vader is onderweg, in Haran, gestorven.”25

Gereformeerde Gemeenten in Nederland

De schepping

God is de Schepper van hemel en aarde.26

De vijfde dag

God schiep de sprinkhaan op de vijfde dag. “Aan het einde van die dag kon gezegd worden dat alles zeer goed was. Dat gold ook voor de sprinkhaan.”27

De schepping van de mens

Binnen de theologie van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland worden de mensen vaak (redelijke) ‘schepselen‘ genoemd.28 God is onze ‘Schepper’, soms met verwijzing naar Prediker 12:1.29 De Heere wordt ook, veelal verwijzend naar Jesaja 54:5, genoemd ‘uw Maker’.30

De mens vindt zijn grondslag in het stof.31

De eerste mens wordt ook wel ‘de eerste Adam’ genoemd.32 Wij zijn allen (verdoemelijke) ‘Adamskinderen’.33 

De schepping van de vrouw

In zijn boekbespreking van De kennis der zaligheid citeert dr. W. Verboom (niet te verwarren met prof. dr. W. Verboom van de Gereformeerde Bond) een passage over de schepping van de vrouw. Verboom noemt dit een van de ‘verrassende zaken’ die men kan tegenkomen in het boek. De Erskines geven aan dat de vrouw gevormd werd uit de rib van een man en dat deze daad een beeld is van Christus en Zijn Kerk. In welk opzicht? De Erskines: “Daarin, dat de kerk als het ware genomen is uit de doorboorde zijde van Christus, toen de Heere God de diepe slaap des doods op Hem deed vallen;  eerst aangetoond door voorbeelden, namelijk de offers, en daarna daadwerkelijk in Zijn sterven te Jeruzalem.” Waarom dit tot de ‘verrassende zaken’ behoort licht dr. Verboom niet toe.34

Het huwelijk

In een ‘Antwoord per brief’ spreekt ds. F. Mallan over het huwelijk. Hij ziet het huwelijk als een Goddelijke instelling. Mallan verwijst naar Genesis 2:24. “Het dient wettig te worden gesloten, burgelijk en kerkelijk er mag van geen samenwone sprake zijn buiten een wettige huwelijkssluiting om. Wat de gevolgen zijn, als men het huwelijk niet meer ziet als een instelling Gods en als men op grond van duurzame ontwrichting de huwelijksband verbreekt, is in deze tijd genoeg te zien.” Overigens wil de predikant bij het waarschuwen tegen deze zonden zich niet verheffen ‘boven degenen die overspel doen of hoererij bedrijven‘.35

Het beeld van God

Ieder mens is geschapen naar het beeld van God. Dat beeld van God is onder te verdelen in het beeld van God in engere en in ruimere zin. “Het beeld van God in engere zin bestond in kennis, gerechtigheid en heiligheid.” Bij de bespreking van het beeld van God in ruimere zin verwijst C. Dubbeld naar de dogmatiek van dr. Steenblok. Daarin wordt gevraagd: “Wat is het beeld Gods in ruimere zin?” De theoloog geeft dan op bladzijde 622 het volgende antwoord: “In de ruimere zin bestaat het in het wezen of de redelijke natuur van de mens, namelijk de onsterfelijke ziel met al haar vermogens en krachten, waaronder ook het lichaam naar verhouding begrepen is. Het ziet dus op het wezen van de mens.” Dubbeld merkt nog op dat ‘ongeacht ras of huidskleur (…) elk mens beelddrager Gods’ is.36

De staat der rechtheid en de hof van Eden (het paradijs)

In de staat der rechtheid leefden we tot eer van God. “Toen de Heere Adam en Eva schiep in het paradijs, mochten ze God liefhebben en dienen. Ze konden en wilden Hem liefhebben en loven, ze mochten geestelijk huppelen en springen van blijdschap.”37

In Genesis 13:10 wordt de vruchtbare vlakte rond Sodom en Gomorra genoemd ‘als de hof de HEEREN’. Volgens ds. M. Krijgsman wordt hiermee ‘de lusthof van Eden bedoeld waarin God de mens een plaats gaf’. Toen was de mens ‘een heilig en heerlijk schepsel, ja, het pronkjuweel van Gods schepping, versierd met Zijn deugdenbeeld. Hij deelde in Zijn dierbare gunst en gemeenschap en leefde tot zijn eer’.38

De derde hemel wordt ook wel eens het paradijs genoemd in de literatuur van de Gereformeerde Gemeente in Nederland.39

De zondeval

Het visioen van de vallei vol dorre doodsbeenderen (Ezechiël 37) doet ds. W. Verhoeks40 denken aan het oordeel van God. Het wijst terug naar Gods waarschuwing in Genesis: “Ten dage als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven”.41 Volgens de predikant valt zulk een gezicht niet mee, ‘want dan wordt men bepaald bij hetgeen er in het Paradijs gebeurd is. Daar hebben wij ons het oordeel des doods over ziel en lichaam gehaald. De Fontein des levens verlaten en de dood omhelsd. De geestelijke, de tijdelijke en de eeuwige dood. Daar ligt de gevallen mens in de vallei of diepte van zijn goddeloze en van God vervreemde staat. Midden in de dood zijn grondslag vindende in het stof’.42

De mens is door de zondeval ‘van God afgevallen43 en wordt in de theologie van de Gereformeerde Gemeente in Nederland daarom ‘een van God afgevallen zondaar‘ genoemd44‘een gevallen mens’45 of een mens die ‘gevallen’ is46.

De gevolgen van de zondeval

Sinds de zondeval leeft of is de mens in een ‘gevallen staat‘ of een ‘vreselijke staat’47 en wordt de mens getekend in zijn ‘droeve afval van de Heere‘.48 “Sinds onze val zijn we gewillige slaven van de satan en de zonde.”49

Ds. A. van Straalen geeft bij de afsluiting van de Particuliere Synode van 1989 aan dat in het eerste bijbelboek ‘ons revolutionair bestaan als vrucht van onze val in Adam geopenbaard’ is.50 ‘Adam heeft beschaamd gemaakt en al wat uit Adam is kan niet anders dan beschaamd maken’, zo geeft ds. W. Verhoeks in zijn vierde meditatie over de vallei vol dorre doodsbeenderen aan.51

Ds. W. Verhoeks geeft in het derde deel van zijn ‘meditatie-serie’ over Ezechiël 37 aan dat de dood heerst in de eerste Adam.52

Ds. Verhoeks laat weten dat we ‘in Adam’ schuldig zijn ‘aan al de Goddelijke geboden’.53 De predikant licht de gevolgen van de zondeval in zijn derde meditatie over Ezechiël 37:12 nog verder toe: “Geen gerechtigheid en heiligheid meer en midden in de dood en onder de vloek. In een staat van vijandschap en in een staat van ongeloof en doemschuld”.54 Ds. F. Mallan schrijft in De Wachter Sions dat wij ‘door eigen schuld verkeren (…) in zulk een diep ellendige staat waarin we van onze Maker gescheiden en voorwerpen zijn van Zijn rechtvaardige en ontzaglijke toorn’.55 Door de zondeval zijn we dienstknechten van de zonde geworden. “We zijn niet in staat om te leven, te werken en te wandelen tot Gods eer.”56 Vanwege onze ongehoorzaamheid aan Gods geboden zijn wij een onrein schepsel geworden ‘gescheiden van God en Zijn gemeenschap! Dood door de misdaden en de zonden. Zijn hart is aan de Dode Zee gelijk waarin geen aasje geestelijk leven meer te vinden is’.57

Door deze diepe val zijn we Gods beeld kwijtgeraakt. “Nu zijn we geestelijk dood, ellendig en arm, blind en dwaas, kreupel aan beide voeten in geestelijke zin. Toch blijft Gods eis op ons rusten. Het is onze plicht, om naarstig de middelen te gebruiken, om ons te zetten aan de deur des tempels.” Dit zegt ds. D.E. van de Kieft naar aanleiding van de genezing van de kreupele in Handelingen 3.58

De mens heeft ‘eenmaal niet gewild’ om naar God te luisteren en, J.H.R. Verboom geeft aan dat, een mens zich daarom uit zichzelf niet meer kan bekeren. “Dan wordt zijn totale onmacht zijn zonde voor God. En dit is nu de weg waardoor de HEERE Zijn gebod van bekeert u, tot des zondaars gebed maakt”.59

Volgens ds. W. Verhoeks hebben wij door de zonden ‘de hemel toegesloten’ en kan die ‘door ons nooit meer geopend worden‘.60 Van koning Achaz zegt ds. Verhoeks dat hij ‘zijn val’ uitleefde ‘in brute goddeloosheid’.61

Door de zondeval is het Verbond der Werken tussen God en Adam (en zijn nageslacht) verbroken. In de theologie van de Gereformeerde Gemeente in Nederland spreekt men daarom veel van een ‘verbroken werkverbond’.62 Omdat wij in Adam het verbond verbroken hebben ‘rust op’ ons ‘rechtvaardig het oordeel Gods’. Wij hebben ‘de hoogste en zwaarste straffen verdiend’.63 In de weg van het werkverbond kan er geen ‘vrede komen tussen de Schepper en Zijn schepsel’.64

Het verlies van het beeld Gods

Door de zondeval zijn we het beeld Gods in engere zin65 kwijtgeraakt. Het beeld Gods in ruimere zin is behouden, zij het geschonden. ‘De verklaring van de rechten van de mens’ uit 194866 vervult ouderling C. Dubbeld met huiver. De gevallen mens heeft geen rechten. Hij ter onderbouwing van zijn huiver naar de dogmatiek van dr. Steenblok, hij citeert: “Met het verlies van het beeld Gods ging ook gepaard het verlies van alle rechten tegenover God, dus van alle geestelijke rechten. De onherborene heeft daardoor dus tegenover God geen rechten meer, ook niet meer op zijn aardse bezit, doch wel tegenover de medemens zijn burgerlijk recht.” Dubbeld merkt hierbij nog op: “Hoewel alle mensen hun rechten tegenover God hebben verloren, heeft de gevallen mens tegenover zijn medemens zogenaamde burgerlijke rechten”.67

Erfzonde

Ds. D.E. van de Kieft geeft aan dat wij vanaf onze ontvangenis en geboorte ‘onbekwaam’ zijn ‘tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, dood door misdaden en zonden’. Hierbij wordt door hem verwezen naar Psalm 51:7.68

De Moederbelofte

De (geestelijke) strijd op aarde kan zeer hevig zijn. Ds. A. Geuze verwijst hierbij naar de Moederbelofte, waar ‘Christus sprak tot een doodschuldige Adam en Eva’. Deze Moederbelofte is te vinden in Genesis 3:15.69

Christus ‘heeft de kop van de satan vermorzeld’ zoals dat ook voorzegt werd met de Moederbelofte.70

Christus en de zondeval

‘De Vader is in Zichzelf bewogen geweest vanuit dat eeuwige vrije welbehagen om de Kerk tot de zaligheid te brengen’, zo geeft ds. A. van Voorden aan. Van Voorden: “En om Zichzelf te verheerlijken door de diepte van de zondeval heen. Dat een verdoemelijk Adamskind op Gods tijd weer hersteld zal worden in de gunst en de gemeenschap des Heeren.” De Vader volvoert ‘in Christus Zijn welbehagen over een verdoemelijk Adamskind’. “Op Gods tijd en op Gods wijze zal een verdoemelijk Adamskind opgeraapt worden van het vlakke des velds in het uurtje van Gods welbehagen, als de Heere hem voorbijgaat.” “In Christus wil de Heere Zijn barmhartigheden tonen aan zo’n ellendig schepsel.”71

Ondanks dat wij door de zondeval de hemel hebben toegesloten, heeft, volgens ds. W. Verhoeks, ‘de Heere het behaagd om door de diepte van de val heen zich te verheerlijken en daartoe Zelf de Weg uitgedacht en ontsloten in de Zoon van Zijn eeuwige liefde’.72 Ergens anders schrijft Verhoeks dat krachtens het eeuwige Verbond der Genade (waar Christus de Verbondsmiddelaar van is) de almachtige God nu de graven zal ‘gaan openen waarin de uitverkoren zondaar krachtens zijn diepe val in Adam moet verkeren’.73 Ds. F. Mallan geeft aan dat ‘de Heere Zelf’ (‘naar Zijn eeuwig en vrijmachtig welbehagen’) een ‘weg gebaand’ heeft ‘waardoor die mens die door eigen schuld tijdelijke en eeuwige ellende onderworpen is, weer in Zijn gunst mag delen en een voorwerp mag worden van Zijn bijzondere liefderijke en Vaderlijke zorg’.74 De ziel krijgt in de tweede Adam terug ‘wat zij in de eerste Adam verloren heeft’.75 Volgens ds. Verhoeks wordt de mens ‘weder hersteld van waar hij uit gevallen was’. Dat kan door ‘een verstandige Knecht’ Deze Knecht ‘zal gaan heersen om de verloren erfenis weder te brengen.’ Hij zal die erfenis ‘ook in Zijn hand houden om dezelve te delen aan Zijn broederen, namelijk Zijn volk’.76

Tegen de zwarte achtergrond van de zondeval schittert Christus. Ds. M. Krijgsman schrijft: “Hoe heerlijk schittert daarom tegen de zwarte achtergrond van deze vreselijke staat waarin de mens zichzelf en al zijn nakomelingen moed- en vrijwillig gebracht heeft, de verlossing die in Christus Jezus is. Er is redding en zaligheid voor schuldige, verloren zondaren.”77

Worden ‘alle mensen door Jezus zalig (…) gelijk zij allen door Adam zijn verdoemd geworden?’, stelt ds. F. Mallan in zijn Antwoord per brief de vraag. Hij neemt daarna het antwoord van de Heidelbergse Catechismus, zondag 7, over.78 Ook wijst Mallan, in navolging van dr. Alexander Comrie, af dat ‘Christus de zaligheid van alle nakomelingen Adams heeft verdiend onder voorwaarde van geloof’.79

Binnen de theologie van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland komt vaak de spreuk voor de dood in Adam en het leven in Christus’ of een variant ‘de dood in Adam, maar ook in Mozes, en het leven in Christus’.80

Alleen ‘om de genadeverdienste van Christus kan er weer vrede komen tussen de Schepper en Zijn schepsel’.81 De geschriften van de profeten bevatten ‘een schat van evangelische waarheden, waarin de staat van een mens getekend wordt in zijn droeve afval van de Heere, maar waarin tevens gewezen wordt op de weg van verlossing door de Heere Jezus’.82

Christus wordt genoemd de tweede Adam. Verhoeks geeft bijvoorbeeld aan: “En gelijk de dood heerst in de eerste Adam, alzo het leven in de tweede Adam”.83

De regenboog

Op 15 oktober 2020 preekte ds. D.E. van de Kieft in de Gereformeerde Gemeente in Nederland over de regenboog vanuit de tekst van Genesis 9:13. Hij had zijn preek onderverdeeld in twee punten: 1. Als teken van het verbond met Noach. 2. Als teken van het verbond der genade.84

De vloek van Cham

Wanneer er gesproken wordt over ras en huidskleur wordt vaak de geschiedenis van Noach aangehaald. “Noach had drie zonen, waarvan Cham spotte met zijn vader toen deze dronken was. Daarop heeft Noach zijn zoon Cham in de persoon van zijn kleinzoon Kanaän vervloekt.” C. Dubbeld geeft aan dat hieruit de foutieve conclusie is getrokken dat met Kanaän het donkere ‘negeroïde’ ras is bedoeld. “Op basis van deze verkeerde veronderstelling is zelfs de onmenselijke slavenhandel goedgekeurd. De eeuwenlange rassentegenstelling in de Verenigde Staten zijn hiervan het gevolg geweest. De protestbeweging Black Lives Matter is een signaal dat dit ook in 2020 doorwerkt.85Bij de bespreking van de ‘vloek van Cham’ verwijst Dubbeld naar de kanttekeningen bij de Statenvertaling en naar een artikel van dr. Steenblok over deze kwestie. Steenblok schreef in 1956 daarover in De Wachter Sions. Hij had toen een vraag gekregen van een lezer. Die vraag luidde: “Is de zwarte huid een gevolg van de vloek, die Noach over zijn zoon uitsprak, zoals bij negers, moormannen en dergelijke rassen?” Volgens Dubbeld antwoordde Steenblok duidelijk en voorzichtig, want je ‘moet wel uiterst voorzichtig zijn om op basis van de summiere gegevens van Genesis 9 tot de conclusie te komen dat er een vloek over zwarte mensen is uitgesproken’. Steenblok, geciteerd door Dubbeld: “Men zij dus voorzichtig met zijn gevolgtrekking uit de zegen of vloek van Noach over zijn zonen.”86

De herschepping

Gods kinderen worden ‘nieuwe schepselen’ genoemd.87

Gereformeerde Gemeenten (in Nederland en Noord-Amerika)

God en de schepping

De Heere heeft de hemel en de aarde gemaakt.88

J.N. Mouthaan wijst in De Saambinder erop hoe diverse kerkvaders over God dachten. Hij verwijst naar de vroegchristelijke apologeet Tatianus (c. 120-180) en zijn werk Rede tot de Grieken. Tatianus geeft aan de God een geest is, ‘niet dat Hij door het stoffelijke heen verspreid is, maar Hij is de Maker van de stoffelijke geesten en van de verschijningsvormen in het stoffelijke. Hij is onzichtbaar en ontastbaar, terwijl Hij Zelf de Vader is geworden van de zichtbare en onzichtbare dingen’. Mouthaan vat het samen: “De geestelijkheid van God is dus niet zozeer dat Hij overal in is, maar dat Hij de Maker is van al het stoffelijke en lichamelijke en Zelf geheel onlichamelijk is.” Verder verwijst Mouthaan naar Johannes Damascenus (676-749) die het Godsbeeld van de kerkvaders samenvat en God onder andere ‘ongeschapen’ en ‘Maker van alle geschapen dingen, de Voorzienige over alles’ noemt.89

‘De eeuwige Vader van onzen Heere Jezus Christus’ heeft hemel en aarde en alles wat erin is uit niet geschapen. Ds. B. Labee verwijst hierbij naar de Heidelbergse Catechismus Zondag 9.90

Ds. B. Labee wijst erop dat ‘zowel een christen als een moslim gelooft in een Schepper, en Heerser over alle dingen‘.91

De schepping van de mens

In de theologie van de Gereformeerde Gemeenten is God onze Schepper.92 De Schepper wordt ook wel de Bouwmeester genoemd.93 De mens wordt dan ook Zijn ‘schepsel’ genoemd.94

D. van Wijngaarden roept de kinderen in De Saambinder op om in de spiegel te kijken. Hij schrijft: “Kijk eens goed naar jezelf in de spiegel. Wat zie je? Je ziet je ogen, je neus, je oren. Dat ben jij. Zoals de Heere jou geschapen heeft.”95 In een andere Saambinder geeft F.A. van Hartingsveldt aan dat ‘leerlingen (…) van hun Schepper gaven gekregen’ hebben om God en hun naaste te dienen’. Hij noemt naar school gaan en nieuwe dingen leren ‘een bijzondere scheppingsgave’. “De ene leerling kan meer met zijn handen, de ander met zijn hoofd, weer een andere leerling voelt dingen goed aan.”96

De mens wat het kroonjuweel van Gods schepping.97 Ds. G. Pater geeft aan dat wij ‘volmaakt uit Gods hand voortgekomen‘ zijn, ‘dragende liefde voor onze Schepper’.98

De Heere weet ‘wat maaksel wij zijn en gedenkt, dat wij stof zijn’.99 De volzaligen God geeft ‘de vervulling van de noden Zijner schepselen’.[note]Kersten 1933a blz. 4 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).[/note]

Scheppingsorde

Ds. G. Hoogerland ziet in zijn boek Om vriend en broed’ren spreek ik nu het klassieke Bijbelse huwelijk tussen man en vrouw als Gods scheppingsorde.100

De goedheid van de schepping

Ds. B.J. van Boven wijst erop dat Gods schepping ‘zeer goed’ gemaakt is. Voor de uitleg van ‘zeer goed’ verwijst hij naar de kanttekeningen bij de Statenvertaling.101

Ingeschapen godskennis

Binnen de theologie van de Gereformeerde Gemeente wordt vaak verwezen naar de ingeschapen godskennis. Men leidt dit af uit dat wat Paulus schrijft in de brief aan de Romeinen. Romeinen 1:20 (SV): “De schepselen verstaan en doorzien Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn.”.102

Ouderling C.J. Segers schrijft in het herdenkingsboek van de Gereformeerde Gemeente van Lisse over deze ingeschapen godskennis. Hij meent dat de Batavieren, ‘de eerste bewoners van onze streek’ dit ook bezaten. Segers: “Zij offeren aan hun afgoden zoals Wodan en Tor, maar waren helaas blind voor de Heere en Zijn dienst.”103

Werkverbond

Volgens ds. J. Schipper wilde ds. E. Fransen God en de wereld dienen en ‘trachtte hij vanuit een verbroken werkverbond de zaligheid te zoeken’.104

Christus en de schepping

Door Christus zijn alle dingen gemaakt.105

De ‘staat der rechtheid’

Ds. A.B. van der Heiden geeft aan dat we ‘in het paradijs (…) vrij’ waren. We hadden ‘een vrije wil om het goede te betrachten en onze Schepper te eren en te verheerlijken.’106 De mens heeft van de Heere het paradijs als woonplaats gekregen. Ds. J. van Belzen: “In de heerlijke hof van Eden heeft Hij Adam en Eva voorgebracht, naar Zijn beeld en gelijkenis. In welk een zalige staat en harmonie is de mens uit de handen van zijn Schepper en Formeerder voortgekomen.”107

De Heilige Oorlog

Ds. B.J. van Boven108 is een serie gestart n.a.v. het boek De Heilige Oorlog van John Bunyan. Dit boek verscheen in 1682 en wordt veel gelezen in de Gereformeerde Gezindte. Het boek is in beeldspraak geschreven en gaat over de stad Mensziel. Bunyan begint zijn boek met de oorsprong van de stad Mensziel. Van Boven: “In wel zeven voorrechten laat hij ons de ‘staat der rechtheid’ zien. Tot onze overdenking! Hopelijk tot bekering! Want, geliefde lezer(es), het is goed om te overdenken waar wij vandaan komen. Zo is het immers nu niet meer.109 Hopelijk ook tot onderwijzing. Want de Heere brengt Zijn kinderen terug naar het paradijs om ze te leren hoe goed en recht ze uit Zijn handen zijn voortgekomen.” Vervolgens bespreekt de predikant de zeven voorrechten. Allereerst valt hem de ligging van de stad Mensziel op, namelijk tussen de tegenwoordige en de toekomende wereld. “Ze is dus geschapen voor een eeuwigheid. Daarom heet ze ook Mensziel!” De Naam van de Bouwmeester op: El-Schaddaï. “Hij is de Almachtige en Algenoegzame. Hij heeft die stad gebouwd om Zijns Zelfs wil en tot Zijn eer. Hij heeft die stad bedoeld om Zich erin te verlustigen! Daarom heeft Hij ook een Goddelijk recht op de stad. En dat recht zal Hij ook laten gelden.” Ook vallen de muren van de stad op. Deze muren ‘waren zo vast en zo sterk dat het de stad ondoordringbaar maakte. Niemand kon zomaar de stad binnendringen, zonder dat er eerst toestemming van de inwoners verkregen werd’. Van Boven verzucht dan: “O, wat heeft de Schepper die stad toch schoon gemaakt!” In het midden van de stad staat ten vierde een kasteel, zo genoemd omdat de Bouwmeester daar wil wonen. “Uit het hart zijn de uitgangen des levens. Het was en is de grote Schepper om ons hárt te doen.” Van Boven wijst in navolging van Bunyan hier naar Prediker 3:11. Rondom de stad zijn vijf poorten te vinden: oorpoort, oogpoort, mondpoort, neuspoort en gevoelspoort. “Ook deze poorten stonden onder nauw toezicht van de inwoners. Ze konden niet zomaar opengaan, dan alleen wanneer de inwoners toestemming gaven. Ze stonden onder de regering van de Bouwmeester en beantwoordden geheel aan Zijn doel. Alles in de staat der rechtheid sprak van Gods eer.” Als laatste wijst ds. B.J. van Boven nog op ‘vele voorrechten van de stad Mensziel’. “Er was altijd voorraad, dus geen gebrek. Er waren voortreffelijke wetten, waardoor alles in rust en vrede leefde. Er was niet één verrader in de stad, zodat men niemand hoefde te wantrouwen. En alles en iedereen in de stad was verzekerd van de steun en bescherming van de Bouwmeester en Mensziel was zijn vermaak.” Ondanks deze schets van de mens in de ‘staat der rechtheid’  kan Bunyan ‘ons niet tekenen hoe goed Gods Menziel was in de staat der rechtheid’. Van Boven wijst er op dat er in Gods Woord staat ‘zeer goed’ en wijst voor de uitleg naar de kanttekeningen bij de Statenvertaling.110

De schepping en val van satan

In de Heilige Oorlog van John Bunyan, het boek dat ds. B.J. van Boven bespreekt in De Saambinder, wordt satan Diabolus genoemd.111 In deze naam wil Bunyan vooral uitdrukken dat de duivel met woorden en daden wil doorsteken en overal verwarring wil stichten. “Maar zo wás Diabolus niet! Hij was een dienstknecht van de Koning en geschapen als een van de morgensterren. Deze engel zocht op den duur een hogere plaats in de hemel, de plaats die bestemd was voor de Zoon van El-Shaddai. En toen hij die plaats neit kreeg, heeft hij raad gehouden m een plan tegen El-Shaddai te smeden om die plaats met geweld te nemen.” De duivel had dus een hemelse afkomst, maar hij is nameloos diep gevallen. “De duivel is de grote tegenstander van God en zou het liefst het hele menselijk geslacht in het verderf willen brengen.” De Koning en Zijn Zoon ontgaat echter niets en ‘de toorn van El-Shaddai was dan ook zeer groot over het gruwelijk voornemen van Diabolus’. Diabolus werd verbannen uit de hemel en werd geworpen in de afgrond, met kettingen vastgemaakt. Ds. Van Boven verwijst bij dit voorval naar de brief van Judas. Ds. B.J. van Boven: “Wat heeft de zonde en de zondeval ontzaglijk veel teweeggebracht, geliefde lezer(es). Voor de duivel is er nooit meer een weg terug. En deze vorst der duisternis zijn wij moedwillig toegevallen.”112 Van Boven verwijst hier naar het vragenboekje van Hellenbroek.113 Hieronder gaan we verder met het laatste punt van dit citaat: ‘De zondeval’.

De zondeval

Na de overtreding gaf Adam Eva de schuld en Eva de slang. “Ten slotte kreeg God de schuld… Maar wie waren er ongehoorzaam? Zijzélf.”114 Hoewel Adams val ‘niet buiten Gods besluit‘ lag at hij ‘moedwillig (…) van de vrucht des booms en door eigen schuld‘ viel hij van God af.115

Ds. A.J. de Waard geeft aan dat de mens ‘God als het ware de oorlog’ heeft ‘verklaard. Daardoor is het geen vrede meer zoals het in het paradijs was.’ Maar ondanks dat spreekt Paulus in Hebreeën 13:20-21 over ‘de God des vredes’.116

In 1 Petrus 4 vers 17a spreekt Petrus van ‘het oordeel’. Ds. B. Labee merkt bij deze tekst op: “Er is wel gezegd dat we bij deze uitdrukking moeten denken aan één wereldoordeel. Dat is begonnen in Genesis 3 en zal eindigen in de dagen van de antichrist. Het is als een onweersbui (eigenlijk een onjuiste naam voor het spreken van God in de natuur!) die soms lange tijd in de verte gehoord en gezien wordt. Soms is het even stil, angstig stil zelfs. Dan opeens komt er een nieuwe slag. En niet lang daarna ontlaadt de bui zich in alle hevigheid.”117

Wij zijn met de zondeval de duivel moedwillig toegevallen.118

Het Verbond der Werken was het verbond dat God sloot met Adam, in de theologie van de Gereformeerde Gemeenten wordt dit ook wel ‘werkverbond’ genoemd.119 Deze weg is volgens ds. A.B. van der Heiden nu afgesloten: “Op deze oude weg vindt de zondaar cherubs met uitgetogen zwaarden. De zaligheid is er ook niet meer vanuit onszelf.”120

De Heilige Oorlog

Zoals we hierboven al lieten zien besprak ds. B.J. van Boven in 2020 voor De Saambinder het boek De Heilige Oorlog van John Bunyan. Dit boek gaat niet alleen over de schepping van de mens (de stad Mensziel), maar ook over de val van deze stad. In de Heilige Oorlog wordt dat allemaal op beeldende wijze beschreven. Nadat Bunyan geschreven heeft over de schepping en de val van satan gaat hij verder. Ds. Van Boven neemt ons mee: De haat van satan tegen God is zo groot dat hij zich richt op alles wat van God is. We zagen al dat de Stad Mensziel het kroonjuweel van Gods schepping was. Vandaar dat Diabolus zijn scherpe pijlen op die mooie stad wil richten. Er wordt een krijgsraad gehouden, waarin vier zaken worden besloten. Ten eerste dat slechts één van hen naar de stad zal gaan; met meerderen zal de stad doen schrikken. Ten tweede dat het beter is zich te vermommen, want hun prachtige kleren waren nu verscheurd;  dat zou achterdocht geven. Daarom is het beter zich in een slang te verbergen. Ten derde wordt besloten om het doel van hun komst niet eerlijk te vertellen, maar door leugen en bedrog te verleiden;  dat zou de kans op slagen groter maken. En tenslotte leek het de hele krijgsraad het beste om de voornaamsten van de stad neer te schieten en in het bijzonder de heer Weerstand, want als hij wordt uitgeschakeld zal de stad sneller beslissen om de poorten te openen. En zoals besloten wordt, zo is het gegaan. De Oorpoort wordt benaderd, het gesprek wordt gevoerd, de twijfel wordt gezaaid, de weerstand wordt gebroken, en… de poorten van de Stad Mensziel worden gewillig geopend.” Ds. Van Boven roept, na de bespreking van het bovenstaande uit: “O, diepe, diepe val!” Hij geeft aan dat de zondeval hier beeldend getekend wordt en roept op om Genesis 3:14 ernaast te leggen zodat de overeenkomsten zichtbaar worden. We moeten dit volgens de predikant ook bevindelijk kennen.121

De gevolgen van de zondeval

Het zuchten van de schepping

Bij de bespreking van enkele actuele zaken wordt door ds. H. Hofman verwezen naar het zuchten van de schepping: “Een ondergaande wereld, een wereld die geslagen werd, die bloedde – en bloedt – uit duizend wonden. Meer Bijbels gezegd: het schepsel zucht als zijnde in barensnood.” De predikant citeert verder uit Romeinen 8. Hij leest ook in de pers dat er in de Beekse Bergen een zeldzaam hertje is geboren.122Nieuw leven in de dierenwereld, te midden van een zuchtende schepping en een ondergaande wereld.” In de pastorietuin ziet hij niet veel later een pasgeboren hertje genietend van ‘de vroeg-warme ochtendzon’. De hemel vertelde Gods eer, die vroege morgen. Het uitspansel verkondigde Zijner handen werk. Ik keek naar dat vredige leven na een nacht van rellen en revolutie.” Daarbij denkt ds. Hofman aan Job 39:7.123

De gevolgen van de zondeval

De gevolgen van de zondeval zijn dagelijks zichtbaar.124 Het teruggebracht worden naar deze zondeval, is volgens ds. B.J. van Boven, echter een Godswonder. “Dat mocht David beleven toen hij in Psalm 51 bad: ‘Zie ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen’. Hoe noodzakelijk is deze doorleving, want: Adam niet geleerd, is Christus niet begeerd.”125 

Een gevolg van de zondeval is de eeuwige dood. “In den Hof van Eden heeft Adam zich met al Zijn nakomelingen den eeuwigen dood onderworpen, naar ziel en lichaam. (…) Wij allen zijn van nature den eeuwigen dood onderworpen. Ons allen wacht krachtens ons inzijn in Adam het lijden in het vuur, dat niet zal worden uitgebluscht.”126

Sinds het paradijs is de mens begonnen met het verdringen van de plaats van God in ons leven ‘en daar zijn we altijd maar mee bezig’.127 Ook het beminnen van God, zoals Hij is, zijn we kwijtgeraakt in onze val. Ds. J.M.D. de Heer voegt hier aan toe: “Door hartvernieuwende genade wordt dat weer hersteld.”128 We zijn niet meer in het paradijs. We zijn van Gods gunst en gemeenschap gescheiden en het doel van ons leven kwijt. We zijn in opstand gekomen tegen God en we hebben ons losgescheurd van God. Daardoor zijn we verdreven uit het paradijs en we zijn ‘van nature allemaal een balling’, buiten en zonder God. Ds. J. van Belzen stelt de vraag: ‘Smart dat mij en u? Liggen we daarover wakker? Dat is de zaak waar het over loopt in ons aller leven’.129 Wij hebben gebroken bakken uitgehouwen, ‘toen wij in ons Verbondshoofd Adam ons van God afscheurden. (…)Verwaardige de Heere ons onze dwaasheid en gruwelijke zonde recht te kennen. Doe Hij ons de breuke kennen, die wij geslagen hebben, opdat wij door genade mogen vluchten tot de fontein, die geopend is voor den huize Davids en voor de inwoners van Jeruzalem.130

Als gevolg van de zondeval zijn we volgens ds. A.B. van der Heiden ‘dienstknechten en slaven van de vorst der duisternis’, ‘de duivel en de zonde’ heersen over ons. “Door de diepe zondeval is de band met God verbroken en de band met satan gesmeed. Daarom zijn we nu onbekwaam tot enig geestelijk goed en geneigd tot alle kwaad.”131 Door onze val zijn we ‘opstandelingen van God, eerrovers en haters van de Allerhoogste’ geworden.132 Door de zondeval is ons verstand verduisterd geworden, terwijl ‘we denken zo’n gezond verstand te hebben’ is de werkelijkheid zo totaal anders. “Alleen het licht van Gods Geest kan ons daaraan ontdekken.”133 Onze wil is verdorven door de zonde. “Ze is geheel onderworpen aan satan, moedwillig! Allerlei vuile en zondige begeerten komen voort uit die verdorven wil.”134 Ds. G. Pater geeft aan dat wij door ‘eigen zonde en schuld’ ons bevinden in een ‘actieve doodstaat’. Door onze val en ongehoorzaamheid is ‘niet méér (…) overgebleven dan een vijand van God en van de naaste’, we zijn ‘uit God gevallen’ en ‘die kloof is zo onoverbrugbaar’.135 In de hel knarsetanden de mensen allemaal, vanaf Adam af.136 Zijn uitverkorenen lagen ook ‘op de vlakte des velds in Adams overtreding’, maar zijn ‘gezaligd uit genade.137 Tijdens de preek moet de predikant ‘eerlijk zeggen wie de mens is in zijn verloren staat voor God en daarbij de diepte van de val tekenen’.138

Wij zijn Gods beeld verloren. “De ware kennis Gods, gerechtigheid en heiligheid ontbreekt ons. Smart ons dat ook? (…) Daartegenover dragen we nu het beeld van satan, getekend in die genoemde droeve benamingen. Geen kennis van God, van onszelf en van goede begeerten. Zijn wij dat ook al aan de weet gekomen door genade?”139

We leven in een ‘door zonde gebroken wereld’.140 Ds. H. Brons geeft aan dat ‘alles op deze aarde (…) immers onder de vloek van de zonde’ ligt.141 Een volmaakte staat is er op aarde sinds de zondeval nooit geweest en volgens ds. G.H. Kersten ‘nooit te wachten’.142

Ook al zijn mensen bekeerd, nog steeds reist de ‘oude Adam’ met hen mee, zo geeft ds. C. Sonnevelt143 aan in de bespreking van ‘het drama van Anne Hutchinson’.144

Ds. L. Blok geeft in een interview met Adriaan van Belzen aan dat hij zich goed kan voorstellen ‘dat men zich tegen het aanbod van genade verzet als het op een manier wordt ingevuld, dat een mens door eigen kracht dit zou kunnen aannemen. Met zo’n aanbod van genade wordt gesteld dat de mens na de zondeval daartoe nog het vermogen heeft en daarmee worden mensen voor de eeuwigheid bedrogen’.  Hij verwijst voor een ‘duidelijke en evenwichtige benadering van hoe met het aanbod van genade moet worden omgegaan’ op Dordtse Leerregels hoofdstuk 2 (de paragraven 5 tot en met 8) en hoofdstuk 3 en 4 (de paragrafen 8 tot en met 10).145

In de theologie van de Gereformeerde Gemeenten worden wij allen (verloren) ‘Adamskinderen’ genoemd146‘die in zonde ontvangen en geboren zijn’.147 Als het om één individu gaat wordt er gesproken van een ‘Adamskind’.148 Als het om meerdere individuen gaat dat wordt er gesproken van ‘Adamskinderen’.149 De hele mensheid wordt soms wel een (verloren) ‘Adamsgeslacht’ genoemd.150 Daarnaast wordt de mens een ‘gevallen mens‘, ‘gevallen zondaar’, ‘diepgevallen zondaar’ of éen van God afgevallen mens’151 genoemd om de situatie ná de zondeval duidelijk te maken. Een combinatie tussen Adam en onze val wordt ook wel eens gemaakt in ‘diepgevallen Adamskinderen’.152

De Heilige Oorlog

In 2020 besprak Ds. B.J. van Boven in De Saambinder het boek van John Bunyan, De Heilige Oorlog. We hebben deze bespreking hierboven al uitgebreid aangehaald bij ‘de staat der rechtheid’ en ‘de zondeval’. De gevolgen van deze zondeval blijven niet uit, ook in De Heilige Oorlog niet. Nadat de poorten van de Stad Mensziel van binnenuit zijn geopend, zoekt Diabolus het centrum van de stad op. “Daar was het hem om te doen: het hart! Wat aangrijpend: het kasteel dat El-Shaddai voor Zichzelf had gebouwd, wordt nu een woning van Diabolus. En de gevolgen blijven niet uit.” Ds. B.J. van Boven gaat verder met zijn bespreking van De Heilige Oorlog“Burgemeester Verstand wordt door Diabolus afgezet en opgesloten in zijn eigen huis. Er wordt een muur om zijn huis gebouwd, zodat er geen zonnestraal door kon. Zo zit die man daar in de duisternis geheel verblind!” Van Boven noemt dit een ‘treffend beeld van ons verduisterd verstand!’ Na de bespreking van Verstand gaat Van Boven verder met ‘de heer Geweten’. “Het is de stadssecretaris van Mensziel en zeer goed thuis in de wetten van de Koning. Hij kan die wetten niet vergeten en zal de stad er steeds weer aan herinneren. Diabolus moet deze man niet en doet er alles aan om hem het zwijgen op te leggen. Hij zet hem uit het ambt, probeert hem tot allerlei zonden te verleiden, zodat hij steeds minder over de wetten van de Koning spreekt en ten slotte verbreid Diabolus het gerucht door de hele stad dat de heer Geweten een grote dwaas is en dat men niet naar hem luisteren moet. Zo wordt de heer Geweten wel gekleineerd.” Ook dit noemt ds. Van Boven ‘een treffend beeld’. Satan zal, volgens de predikant, er alles aan doen om ons geweten toe te schroeien. De bespreking gaat verder over de kapitein van het kasteel. “De heer Vastewil (of: Mijn-wil-is-wet) was een groot en machtig man in de stad. (…) Hij besluit geheel en al in dienst van Diabolus te treden. Zo wordt deze man kapitein van het kasteel (wil over het hart), gouverneur van de wallen (wil over het vlees) en wachter op de poorten (wil over de lusten). Samen met de heer Oordeel zweert hij trouw aan Diabolus. De gevolgen zijn vreselijk: hij verklaart Geweten voor dood, hij verscheurt de wetten van de koning, hij verduistert de woning van Verstand nog meer en hij zegt dat Diabolus een goede meester is.” Volgens Van Boven zien we hieraan ‘hoe verdorven onze wil geworden is door de zonde’. Ten slotte wordt ook het standbeeld van koning El-Shaddai, dat op het marktplein staat, omver gehaald en verwoest. “De heer Onwaarheid voert dit gruwelijke bevel uit en zet er een afschrikwekkend beeld van Diabolus neer. De nieuwe burgemeester van Mensziel wordt Zinnelijke Lust, een man zonder ogen en oren;  hij leeft als een beest. De nieuwe stadssecretaris heet Godvergeter; een bijzonder slechte man. Samen bederven ze de hele stad. En de overige personen die de overheid moeten vormen? (…) De namen spreken voor zich. De oudste heet Ongeloof en de jongste Godverzaker. Maar er zijn er veel meer te noemen: Hoogmoed, Vloeker, Hoereerder, Hardhart, Onbarmhartig, Toorn, Onwaarheid, Leugenaar, Valse Vrede, Dronkenschap, Bedrog. Uiteindelijk bouwt Diabolus drie burchten in de stad waar hij zich in sterkt: Tegenweer (geen kennis van God), Middernachtshol (geen kennis van zichzelf) en Zoetzonde (geen kennis van goede begeerten).”153 Ds. van Boven sluit deze tweede bespreking van De Heilige Oorlog af met een gedicht:

“Hoe goed was het in deze staat, tot satan viel uit bitt’re haat. Hij keerde zich tot Mensziels stad, die moedwillig haar God vergat.

De vruchten van de doodstaat zijn: De wil verkeerd, en ’t hart onrein, ’t Verstand zo duister, zonder licht, geen wandel op Gods eer gericht.”154

De stad Mensziel is dus moedwillig van El-Shaddai afgevallen en Diabolus toegevallen.155

Moederbelofte

God was de Eerste na de zondeval. Is er voor goddelozen en doemschuldige vijanden nog verwachting? Ds. B. Labee geeft aan dat dit het geval is: “Ja, omdat de Heere gesproken heeft: ‘Ik zal vijandschap zetten…’ (…) Door de drie-enige God worden vijanden met God verzoend.”156

Christus en de zondeval

Na de zondeval heeft de Heere de mens niet aan zijn lot overgelaten. Ds. A.B. van der Heiden: “Hij heeft gedachten des vredes over een verkoren, maar verloren mensengeslacht gehad en een weg uitgedacht om die vredesgedachten te kunnen openbaren. Hij zond in de volheid des tijds Zijn Zoon, Die alles deed wat gedaan moest worden.” 157 In het paradijs is ‘deze Naam (…) reeds (…) aangewezen’.158

Christus heeft ‘in alles Gods eer verhoogd en een heidendom in Adam gekocht met Zijn dierbaar bloed’.159 Tegenover het tekenen van de diepte van de val mag de predikant ‘ook verkondigen wie God in Zijn genade en ontferming wil zijn’.160

Op zijn tachtigste verjaardag werd ds. J. Karens gevraagd wat zijn liefste plekje was, hij wees naar de preekstoel en zij onder andere: “(…) als de Heere overkomt, is er geen beter werk dan Zijn Woord te verkondigen. Om anderen de weg te wijzen, de weg waarlangs Adam wordt gekend en waar er plaats wordt gemaakt voor Christus en Zijn gerechtigheid.”161

Ds. G.H. Kersten geeft aan dat Christus het Lam is ‘Dat geslacht is van de grondlegging der wereld’.162 Hij heeft ‘als tweede Adam in den Hof Zich uit eeuwige liefde het zielelijden onderworpen, dat in den eersten Adam over al diens nakomelingen gebracht is’.163“Hij leed, wat Zijn uitverkorenen krachtens hun val in Adam hadden moeten lijden in aller eeuwen eeuwigheid.”164 “Voor verloren Adamskinderen is door Hem verlossing teweeg gebracht, ja de eeuwige blijdschap in den hemel verworven. Buiten Hem is niets anders dan een eeuwig zielsverderf; maar in Hem en in Hem alleen is de zaligheid voor Adams zonen en dochteren.”165

Binnen de theologie van de Gereformeerde Gemeenten komen we ook vaak de spreuk ‘Adam niet geleerd, is Christus niet begeerd’ tegen.166 In de woordverkondiging dienen ‘Adam en Christus’ centraal te staan.167 Er wordt dan gezegd dat predikanten ‘de dood in Adam en het leven in Christus’ moeten verkondigen.168 We moeten ‘afgesneden (…) worden van Adam en ingelijfd in Christus‘.169 In de theologie van de Gereformeerde Gemeente wordt Christus daarom ook wel de ‘tweede Adam’ genoemd.170

Heilige Oorlog

Na in het tweede deel de val van de stad Mensziel besproken te hebben gaat ds. B.J. van Boven in het derde deel verder. Hij geeft aan dat ná de val ‘de Koning en Zijn Zoon Hun binnenkamer ingaat om daar met elkaar te raadplegen’. Dat hadden ze eerder al gedaan in de eeuwige Vrederaad. In die raad was besproken ‘dat stad Mensziel zou vallen én weer in eer zou worden hersteld! De Koning had dit besloten, de Zoon zou daartoe de weg banen en de strijd met Diabolus aanbinden en de Oppergeheimschrijver had dit alles te boek gesteld. Een klein uittreksel van dit geschrift volgt hier: ‘Laat allen die het aangaat nu weten dat de Zoon van El-Shaddai, de grote Koning, door een verbond met Zijn Vader Zich heeft verplicht Zijn mensziel tot Hem weder te brengen;  ja, uit kracht van Zijn grenzeloze liefde wil Hij haar zelfs in veel gelukzaliger toestand brengen dan waarin zij ooit verkeerd heeft eer Diabolus haar veroverde’.171

In het derde deel wordt nog veel meer besproken, maar dat voert af van ons hoofdonderwerp namelijk het denken over schepping, zondeval, zondvloed en spraakverwarring.

Kaïn en Abel

In 1927 werd Yerseke opgeschrikt door de moord op een 34-jarige man. Een journalist van Het Volk was aanwezig op de begrafenis die het woord voerde. Ds. Kersten in de woorden van de journalist: “De misdaad schreef hij aan wraakzucht toe, hetzelfde motief, dat tot den eersten broedermoord, die van Kaïn en Abel leidde.”172 

De wereld voor de zondvloed

Om aan te duiden dat de boosheid van de mens God smart wordt wel verwezen naar Genesis 6:5 en de daarbij horende kanttekeningen 15-17 van de Statenvertaling.173

Torenbouw van Babel

In zijn rede die hij uitsprak op de jaarvergadering van de SGP in 1933 sprak ds. G.H. Kersten over de Volkenbond te Genève. Hij gebruikte daar de torenbouw van Babel als metafoor: “De machtigen der aarde zijn samengekomen om vrede op aarde te bestellen en welvaart onder de volkeren. Een nieuwe toren wil men oprichten welks opperste in den hemel reiken zal. Naar God en Diens Woord wordt niet gevraagd.”174

Bekering

De bekering van de mens wordt ook wel genoemd het werk van de ‘herschepping‘.175 Het wonder van de bekering ‘is een wonder dat in zijn kracht niet minder is dan de schepping van de hemel en de aarde’.176

Het hemelse paradijs

Het huis van God de Vader, de derde hemel, wordt ook wel het hemelse paradijs genoemd. Ds. J. van Belzen: “Het vernieuwde paradijs is een beeld ontleend aan het paradijs dat door Adams zonde een verloren paradijs werd.”177

Hersteld Hervormde Kerk

De schepping van de mens

Ds. B.D. Bouman geeft aan dat wij geschapen zijn tot Gods eer.178

De leeftijd van de schepping

Hoe oud is deze schepping/deze aarde? Ds. J.W. Baan geeft in een artikel over Gods liefde aan dat ‘Hij liefde’ is ‘als Hij ruim 6000 jaar geleden hemel en aarde geschapen heeft’.179 

De zondeval

God zet de mens (door eigen schuld) uit de hof van Eden. Ds. J.W. Baan noemt dat een daad uit ‘pure, zuivere liefde’.180

Gevolgen van de zondeval

Door onze zondeval, zo zegt ds. H. Zweistra, ‘hebben wij deze Fontein van levend water verlaten en hebben onszelf gebroken bakken uitgehouwen die geen water vasthouden’. Dit citaat verwijst naar Jeremia 2:15.181 “Wij lessen nu onze dorst uit een fontein met dood water. Deze dorst naar de wereld zal nooit gelest kunnen worden. Een verkeerde geest heeft ons in bezig genomen en we laten ons gewillig door hem leiden. Dat wil zeggen dat we geestelijk dood zijn en geen inzicht hebben in de werkelijkheid van ons leven en ook niet van onze naaste.”182

Bij de bespreking van artikel 12 van de Westminster Confessie in het Kerkblad Hersteld Hervormde Kerk wijst ds. G.T. Appeldoorn erop dat ‘aanneming tot kinderen’ betekent dat we door de zondeval geen kinderen van God meer zijn. “We zijn van nature kinderen des toorns, die in het rijk van God niet kunnen komen tenzij we opnieuw geboren worden.183184

Ir. B.J. van der Vlies wijst in zijn column Tong in toom op het debat tussen Luther en Erasmus over de vrije wil. Van der Vlies geeft aan dat bij reformator Luther ‘de mens door de zondeval geknecht is en vandaaruit altijd voor het kwade kiest’.185

Wij allen hebben gezondigd.186 Iemand die psychisch ziek is mogen we wijzen op de gevolgen van de zonden in het paradijs en hoe de Heere kruisen en moeiten in Zijn hand nemen kan en wil om ons tot Hem te leiden. W. Visser wijst dan op Psalm 18187 als hij zegt: ‘zodat met David in Psalm 18 geroemd mag worden: ‘Gods weg is volmaakt’.188

Christus en de zondeval

Ds. G.T. van Appeldoorn geeft aan dat God mensen adopteert om zijn kinderen te worden. Ze waren dat, door de zondeval, niet. “De reden voor de adoptie ligt in het offer van Christus.”189

Ds. J.W. Baan laat zien dat God liefde is door aan te geven dat God de mens, na de zondeval, terug wil ‘winnen door het Offerlam, waarin Hij gaat voorzien’.190

Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk in Nederland

De schepping in het algemeen

We zien signalen van Gods trouw in de schepping (bijvoorbeeld de regenboog en de gedekte tafel).191

De schepping van de mens

God heeft de mens geschapen.192

Het paradijs

In het Oude Testament begint het allemaal mooi. “In het paradijs was er vrijheid. De Schepper gaf de mens vrijheid om Hem wel of niet te gehoorzamen. We hadden toen het vermogen om niet te zondigen.”193

De zondeval

Van de Schepper hadden we vrijheid gekregen. “Maar wat deden we? We kozen moedwillig voor satan, voor de vorst van de onvrijheid, zeg maar voor de ‘wereldcipier’.”194

De moederbelofte

Na de zondeval ‘koos God, als Degene Die volstrekt vrij is (!), ervoor Zich te blijven verbinden met de mensen die Hem ongehoorzaam was. Meteen was Hij er met Zijn belofte van een Bevrijder’.195

Christus en de zondeval

Volgens dr. P. de Vries196 is de band tussen Christus en Zijn kerk ‘reeds voor de grondlegging van de wereld gelegd’.197

De torenbouw van Babel

Het valt ds. K.M. Teeuw op, dat als hij het begin van de Bijbel leest dat daar ‘nauwelijks over ‘koninkrijken’ wordt gesproken. En als het wel gebeurt, dan heeft het woord nogal eens een dubieuze lading.’ Hij verwijst naar Genesis 10:10 waar Babel een koninkrijk wordt genoemd. “Babel is het rijk van de menselijke trots. (…) De eerste aardse koninkrijken zijn oorden van hoogmoed en normloosheid.”198

De herschepping

In een meditatie in De Waarheidsvriend bespreekt ds. J.T. de Koning Markus 3:14a. Het gaat hier om de aanstelling van de twaalf discipelen door de Heere Jezus. Koning meent dat ‘aanstellen’ hier te zwak vertaald is. Hij schrijft: “Het doet in zekere zin ook tekort aan het geheim achter dit gebeuren, aan het geheim achter dit ‘scheppingsbericht’. Dat is het ten diepste: een scheppingsbericht. Scheppen, dat is wat Jezus hier doet. Hij schépt Zich een kring van twaalf discipelen, zegt Markus letterlijk. Eerst door te willen, door te verkiezen, dan door te roepen en dan door te noemen, door de namen te noemen van mensen die mét Hem zullen zijn, die in Zijn dienst zullen staan. Zo roept Jezus hier iets nieuws tot aanzijn, zo schépt Hij een kring van mensen om Zich heen.” Later herhaalt Markus nog eens nadrukkelijk dat Hij, de Heere Jezus, de twaalf discipelen ‘schiep’. Koning noemt dit ook wel de herschepping, ‘dat Christus je een nieuwe naam geeft, een nieuwe identiteit. En dat je dat dan ook bent, simpel en alleen omdat Hij zegt dat je het bent. Omdat Hij het je herscheppend aanzegt en toerekent’.199

Dat er een kerk bestaat is volgens dr. W. Verboom ‘niet minder dan een scheppingsdaad van God.200

Evolutietheorie

De evolutietheorie wordt kort genoemd in een boekbespreking door F. Hoek in De Waarheidsvriend maar daar wordt geen waardeoordeel aan gegeven.201

Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland

Christelijke Gereformeerde Kerken

Om de eerste verzen van de Bijbel

Ds. M.C. Tanis vraagt zich in een (retorische) vraag af of we de eindtijd ook anders moeten lezen in de Schrift, zoals dat (door verschillende kerken) nu ook het geval is bij Genesis 1:1-3.202

De schepping

Ds. L.S. den Boer geeft aan dat ‘de zon en de worm, alles is God ten dienste als Zijn schepselen’.203

De schepping van de mens

God wordt binnen de theologie van de Christelijke Gereformeerde Kerken ook wel de (souvereine) Schepper en ‘onze Maker’ genoemd.204 God is de Schepper van het leven en Hij bepaalt het einde daarvan.205

We zijn, volgens ds. F. Bakker, geschapen om voor God te leven. “Geschapen in de grazige weide van het paradijs en nooit anders gehad dan een goeddoend God.” Het doel was om God te verheerlijken. “God heeft alles geschapen om Zichzelf, niet om u of om mij, maar om Hem.” We waren bestemd om Zijn deugden te verkondigen.206

Soms in navolging van Psalm 103:7 (berijmd naar de berijming van 1773) wordt de mens genoemd ‘Zijn maaksel’.207

Athenagoras van Athene

In zijn twee bijdrage over het opstandingsgeloof in de Vroege Kerk staat ds. A.J.T. Ruis stil bij de Grieks-christelijke apologeet Athenagoras van Athene. In de argumentatie van Athenagoras vóór een opstanding der doden verwijst deze Griekse wijsgeer naar de schepping van de mens. De Heere heeft het lichaam van de mens geschapen en daarom is Hij in staat dit lichaam ook op te wekken. Voor Hem was het ook niet onwaardig om het menselijk lichaam te scheppen. Ds. A.J.T. Ruis: “Het eerste gezichtspunt wordt gevormd door de schepping van de mens. God heeft de mens geschapen met het doel dat de mens zou leven, en dat hij Gods goedheid en wijsheid zou bewonderen. Aan dat voorgenomen doel zal de dood geen definitief einde maken. Gods raad zal bestaan.”208

De zondeval

De mens dacht gelukkig te zijn door van God weg te lopen. “Satan zei: Je zult als God zijn, kennende het goed en het kwaad. Je zult een kroon op je hoofd hebben, je zult nog veel gelukkiger zijn dan dat je nu bent.” Maar dat bleek niet waar te zijn: ‘sinds de paradijspoort gesloten is (…) zijn we ongelukkig geworden’.209

De duivel wordt binnen de theologie van de Christelijke Gereformeerde Kerken ook wel ‘de oude slang’  genoemd.210

Werkverbond

Prof. G. Wisse geeft aan dat wanneer de Heere de ‘mens gaat ontdekken’ en ‘hem in de banden brengt over’ de zondeval, de mens gaat proberen om ‘het kwade weer goed te maken’. In de preek geeft hij een toelichting: “Dan willen we niet zozeer het genadeverbond vervangen door het werkverbond; als wel bepaald de manier van het werkverbond inbrengen in de sfeer van het genadeverbond: Hagar getreden in de rechten en in de verhouding van Sara’.211

De gevolgen van de zondeval

God kondigt na de zondeval ‘Adam en Eva doornen en distelen aan. Die worden dus door Hem beschikt’. Ds. K. Hoefnagel geeft aan dat we zo ook het coronavirus moeten zien.212

De (gevolgen van de) zondeval nemen een belangrijke plaats in binnen de theologie van prof. G. Wisse. Op Hervormingsdag in 1950 liet hij in zijn preek het verschil tussen de Roomse en de Gereformeerde leer zien inzake de zondeval.213 Hij schrijft:

De leer van Rome hangt onverbrekelijk samen met de Roomse opvattingen over de menselijke natuur en onzen val. Volgens Rome heeft in onzen diepen val in het Paradijs de mens wel verloren zijn zgn. bovennatuurlijke “begaafdheden”, maar zijn natuur zelf is in zoverre onverdorven gebleven, dat deze natuur, met een vrijen wil begaafd, onder medewerking van genade door haar zelf zich toch kan bewegen tot God, en door verdienstelijke gedragingen, zich de heilgoederen waardig kan maken. Christus zou dus een halve, zo iets als een helpende genade hebben tot stand gebracht. Dit is een miskenning van den aard onzer algehele verdorvenheid, dood in zonden en misdaden enz., en tegelijk een verloochening van den waren vollen Zaligmaker, als zou door al Zijn dierbaar lijden en sterven slechts een mogelijkheid van zalig worden zijn verworven en waarbij het dan van ons, van… Hagar zou afhangen, of het werkelijkheid werd.

De gelijkenis van het verloren schaap

Ds. F. Bakker wijst er in zijn preek over ‘de gelijkenis van het verloren schaap’ erop dat hier de gevolgen van de zondeval getekend zijn. In het verloren schaap ligt de verloren zondaar afgebeeld. Het beeld van de herder dat is Christus Zelf. “Want zoals de herder het schaap kwijt was, zo is God de mens kwijt. Zoals die herder dat schaap had verloren en niet meer tot Zijn eigendom kon tellen, zo is de mens van God weggelopen. En is de mens daar gelukkig mee? Satan zei: Je zult als God zijn, kennende het goed en het kwaad. Je zult een kroon op je hoofd hebben, je zult nog veel gelukkiger zijn dan dat je nu bent. Maar nee, sinds de paradijspoort gesloten is, geliefden, zijn we ongelukkig geworden. Sinds we God verlaten hebben, hebben we alles te vrezen, want wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen. Dat verloren schaap, dat zijn wij. Een iegelijk keerde zich naar zijn eigen weg, zegt Jesaja. ‘WIj dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg’ (Jes. 53:6). Alsof hij zegt: Een iegelijk naar zijn eigen wil, een iegelijk naar zijn eigen bedoeling. Een iegelijk had zichzelf op het oog; een iegelijk heeft God vergeten. Dat is wat; tot eer van God geschapen en dan God kwijtgeraakt door eigen schuld! De geschiedenis van dat verloren schaap zegt: De mens is God kwijt, maar het zegt ook het omgekeerde: God is de mens kwijt.”214 Met dat laatste wil ds. Bakker zeggen ‘dat hij voor Gods deugden niets meer waard is. Hij is niet alleen verloren voor zichzelf, zodat een eeuwige straf hem te wachten staat, buiten genade. Maar er is nog iets ergers! Het allerergste, geliefden, zal tenslotte nog niet zijn als we verloren moeten gaan en in die straf de straf moeten lijden voor eeuwig, o ontzettend, ontzettend! Maar het allerergste zal zijn om voor God verloren te zijn, voor eeuwig’.215 Door de zondeval is, volgens ds. F. Bakker, de mens dus God kwijt, maar is God ons ook kwijt, ‘namelijk om Zijn deugden te verkondigen, waarvoor we bestemd waren’.216 Dat betekent het woord zonde ook: doel missen. “Dat is de zonde: we hebben door onze zonden het doel gemist.”217 We zijn, net als het verloren schaap, machteloos om tot de herder terug te keren. “Is dat geen beeld van hoe het met de mens is? Precies eender, met u en met mij, geliefden. We konden wel vallen, maar we kunnen niet opstaan. We zijn machteloos, weerloos geworden. We zijn niet alleen verloren, maar we blijven verloren, voor eeuwig verloren, als er niet een wonder gebeurt. Als die grote Herder der schapen Zich er niet mee bemoeit in Zijn zoekende liefde.”218Die opzoekende liefde van God, gaat even diep als dat de diepte van de val van de mens was. Door de zondeval hebben ze verdiend om te sterven, ze hebben de dood verdiend. “Nu is dat de zoekende liefde Gods dat ze gedragen worden door Zijn almacht.”219

Erfzonde

In Psalm 51 is David, volgens ds. L.S. den Boer, ‘afgedaald in de natuur van zijn erfzonde. “Van het uur van zijn ontvangenis af” ligt hij onder Gods toorn’.220

Kaïn en Abel

Ds. M.C. Tanis geeft aan dat in de eindtijd ‘de geest van Kaïn’ terug zal komen. De predikant legt niet uit wat hij daaronder verstaat met wel wijst hij op de oorzaak. Hij zegt dat dit ‘komt door de toename van wetteloosheid’.221

Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt

De Gereformeerde Kerken (hersteld)

De Gereformeerde Kerken in Nederland

Nederlands Gereformeerde Kerken

Gereformeerde Kerken in Nederland (1892-2004)

De schepping van de mens

Wij zijn schepselen van God.222

Christus en de zondeval

Volgens ds. M. Schuurman heeft de liefde van Christus ‘haar reddingswerk reeds aangevangen (…) in het Paradijs’ en ‘is zij tot heden nog niet moede geworden, arbeidende nacht en dag, (…)’.223

Hiernamaals

Het hiernamaals wordt binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland ook wel eens het ‘hemelse Paradijs‘ genoemd.224

  1. Klein 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  2. Vermeulen 2020a. Vermeulen vat in dit artikel de theologie van ds. A Brakel samen inzake het Heilig Avondmaal. (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  3. Bakker [R.] 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  4. Zevenbergen 2020a. Drs. Zevenbergen verwijst hier naar een uitspraak van de priester Antoine Bodar. (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  5. Ploeg 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  6. Vermeulen 2020a. Vermeulen vat in dit artikel de theologie van ds. A Brakel samen inzake het Heilig Avondmaal. (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  7. Bakker [R.] 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  8. Bakker [R.] 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  9. Bakker [R.] 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  10. Zevenbergen 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  11. Verwijs 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  12. Bakker [R.] 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  13. Kamp 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  14. Klok 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  15. Romkes 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  16. Kamp 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  17. Kamp 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  18. Het artikel geeft echter geen referentie, de auteur weet op dit moment nog niet waar ds. A. Kort dit citaat vandaan heeft.
  19. Kort 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  20. Bakker [R.] 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  21. Kamp 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  22. Kort 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  23. Vermeulen 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  24. Ploeg 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  25. Veldhuizen-Bisschop 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  26. Geuze 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  27. Dubbeld 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  28. Boeder 1989a (waar hij verwijst naar de Christelijke Dogmatiek van dr. C. Steenblok) Boeder 1989b, Boeder 1989c, Verhoeks 1989b, Vlot 2020b, Voorden 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  29. Boeder 1989a, Geuze 2020b, Vlot 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  30. Mallan 1989a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  31. Verhoeks 1989e (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  32. Verhoeks 1989c, Verhoeks 1989d (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  33. Voorden 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  34. Verboom [W.] 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  35. Mallan 1989a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  36. Dubbeld 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  37. Kieft 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  38. Krijgsman 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  39. Ligtenberg 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  40. Ds. Willem Verhoeks (1930-1994) was predikant in de Gereformeerde Gemeente in Nederland te Arnemuiden (vanaf 1983) en te Ederveen (vanaf 1991).
  41. Deze tekst is te vinden in Genesis 2:17.
  42. Verhoeks 1989a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  43. Geuze 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  44. Geuze 2020b, Verhoeks 1989b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  45. Dubbeld 2020b, Verhoeks 1989f (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  46. Verboom 1989a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  47. Krijgsman 2020a, Tang 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  48. Rijswijk 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  49. Weststrate 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  50. Anoniem 1989a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  51. Verhoeks 1989d (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  52. Verhoeks 1989c (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  53. Verhoeks 1989b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  54. Verhoeks 1989c (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  55. Mallan 1989a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  56. Kieft 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  57. Krijgsman 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  58. Kieft 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  59. Verboom 1989a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  60. Verhoeks 1989a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  61. Verhoeks 1989f (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  62. Kieft 2020a, Roos 1989a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  63. Kieft 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  64. Vlot 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  65. Zie voor uitleg hiervan, de paragraaf ‘Het beeld Gods‘ hierboven.
  66. Zie voor deze universele verklaring hier en hier.
  67. Dubbeld 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  68. Kieft 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  69. Geuze 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  70. Geuze 2020b, Ligtenberg 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  71. Voorden 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  72. Verhoeks 1989a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  73. Verhoeks 1989b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  74. Mallan 1989a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  75. Verhoeks 1989d (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  76. Verhoeks 1989d (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  77. Krijgsman 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  78. Mallan 1989b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  79. Mallan 1989b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  80. Vlot 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  81. Vlot 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  82. Rijswijk 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  83. Verhoeks 1989c, Verhoeks 1989d  (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  84. Anoniem 2020c (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/). Deze preek is niet op schrift gesteld dus zullen wij hier niet bespreken.
  85. Dubbeld doelt met Black Lives Matter op een internationale protestbeweging, ontstaan in de Verenigde Staten, als reactie op het politiegeweld tegen de Afro-Amerikanen. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Black_Lives_Matter en https://blacklivesmatter.com/.
  86. Dubbeld 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  87. Dubbeld 2020c, Dubbeld doet dit in navolging van Willem Teellinck. (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  88. Segers 1991a, blz. 108. Segers schrijft hier over de herdenkingsbijeenkomst naar aanleiding van het 100-jarige bestaan van de Gereformeerde Gemeente te Lisse. Ds. Van Gilst nam tijdens zijn spreekbeurt daar als uitgangspunt Psalm 115:12-15 waar staat dat de Heere de hemel en de aarde gemaakt heeft. (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  89. Mouthaan 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  90. Labee 2020e (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  91. Labee 2020e. Ds. Labee wijst naast deze overeenkomst ook op de verschillen tussen de Islam en het christendom. “Maar de verschillen zijn veel méér en tonen een onoverbrugbare kloof tussen beide religies.” (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  92. Boven 2020a, Meeuse 1990a blz. 17 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  93. Boven 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  94. Anoniem 2020b (J.P. Geluk te Poortvliet (die wordt geciteerd) spreekt ds. B. Smijtegelt na), Beeke 2020b, Boven 2020b, Fraanje 1930a blz. 10, Kersten 1933a, Labee 2020c (ds. Labee citeert hier ds. B. Smijtegelt), Meeuse 1990a blz. 20 (ds. Meeuse citeert uit de Heidelbergse Catechismus vraag 94) (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  95. Wijngaarden 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  96. Hartingsveldt 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  97. Boven 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  98. Pater 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  99. Kersten 1940a blz. 6 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  100. Hoogerland [G.] 2019a blz. 60 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  101. Boven 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  102. Segers 1991a blz. 17 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  103. Segers 1991a blz. 17 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  104. Schipper 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  105. Kersten 1940a blz. 13 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  106. Heiden 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  107. Belzen [J. van] 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  108. Ds. B.J. van Boven (1970) is sinds 2002 predikant in de gemeente De Valk-Wekerom.
  109. In de tekst staat hier een vraagteken, maar dit lijkt mij een tikfout.
  110. Boven 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  111. Zie hieronder meer over het boek de Heilige Oorlog.
  112. Boven 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  113. Het gaat dan om de vraag ‘Wat heeft de ellende van de mens tot gevolg?’.
  114. Beeke 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  115. Kersten 1940a blz. 4 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  116. Kerkenraad Nieuwdorp 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  117. Labee 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  118. Boven 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  119. Heiden 2020a, Sonnevelt 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  120. Heiden 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  121. Boven 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  122. Vermoedelijk doelt ds. H. Hofman op het Paterdavidshert (Elaphurus davidianus) dat eind mei werd geboren in Safaripark Beekse Bergen. Zie: https://www.beeksebergen.nl/nieuws/geboorte-peterdavidshert en https://www.rtlnieuws.nl/editienl/artikel/5154466/zeer-zeldzaam-hertje-geboren-safaripark-beekse-bergen. In het wild waren deze dieren uitgestorven, maar sinds 1985 zijn ze opnieuw geïntroduceerd in China (https://nl.wikipedia.org/wiki/Paterdavidshert).
  123. Hofman (H.) 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  124. Boven 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  125. Boven 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  126. Kersten 1940a blz. 8 en 14 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  127. Meeuse 1990a blz. 6 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  128. Heer 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  129. Belzen [J. van] 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  130. Kersten 1933a blz. 15 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  131. Heiden 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  132. Heiden 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  133. Boven 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  134. Boven 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  135. Pater 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  136. Hoogerland [A.] 2003a blz. 13 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  137. Hoogerland [A.] 2003a blz. 15 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  138. Belzen [A. van] 2007 p. 101 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  139. Boven 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  140. Silfhout 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  141. Brons 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  142. Kersten 1933a blz. 3 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  143. Ds. C. Sonnevelt (1953) is sinds 2018 predikant in de gemeente Alblasserdam.
  144. Sonnevelt 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  145. Belzen [A. van] 2007 p. 52 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  146. Aalst 2020a, Belzen [J. van] 2020a blz. 18, Boeder 2020a, Heiden 2020a, Kersten 1940a blz. 14, Mulder 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  147. Boeder 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  148. Labee 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  149. Pater 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  150. Kerkenraad Nieuwdorp 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  151. Belzen [A. van] 2007 blz. 158, Hartingveldt 2020a, Heiden 2020a, Hofman [A.] 1987a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  152. Heiden 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  153. Boven 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  154. Boven 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  155. Boven 2020c (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  156. Labee 2020d (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  157. Heiden 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  158. Heiden 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  159. Pater 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  160. Belzen [A. van] 2007 p. 101 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  161. Anoniem 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  162. Kersten 1987a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  163. Kersten 1940a blz. 7 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  164. Kersten 1940a blz. 8 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  165. Kersten 1940a blz. 14 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  166. Boven 2020b (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  167. Kerkenraad van Hoogvliet 2020 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  168. Boudewijn 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  169. Schipper 2020a, ds. J. Schipper haalt hier ds. J. Fraanje aan die dit tijdens de begrafenis van ds. J.R. van Oordt uitsprak. (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  170. Kersten 1940a blz. 7 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  171. Boven 2020c (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  172. Lieburg 2020a blz. 46. Het citaat gaat verder namelijk dat Kersten op de begraafplaats een pleidooi voerde voor het opnieuw invoeren van de doodstraf. De journalist reageert , volgens Fred van Lieburg, ‘vernijnig’ op Kersten: “Het bleek nu opnieuw, meende de politieke grafredenaar, hoe nodig het was, dat de overheid de doodstraf weer invoerde. Ds. Kersten schijnt wraakzuchtiger dan de Heere voor 5000 jaar. Voor zoover wij weten is de scherprechter er in het sensationeele geval, waarop de politieke predikant doelde, niet aan te pas gekomen.” Omdat de kerkelijke achtergrond van de betreffende journalist mij onbekend is wordt dit niet verder opgenomen in de eigenlijke tekst.
  173. Boven 2020c (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  174. Kersten 1933a blz. 8 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  175. Karens 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  176. Belzen [A. van] 2007 blz. 157 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  177. Belzen [J. van] 2020a blz. 15 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  178. Bouman 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  179. Baan 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  180. Baan 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  181. Waar overigens in de Statenvertaling wordt gesproken van een ‘Springader’.
  182. Zweistra 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  183. Ds. Van Appeldoorn neemt hier een zinsnede over uit het klassieke doopformulier.
  184. Appeldoorn 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  185. Vlies 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  186. Bouman 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  187. Het gaat hier om Psalm 18:31.
  188. Visser 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  189. Appeldoorn 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  190. Baan 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  191. Reuver 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  192. Rentier 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  193. Liefting 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  194. Liefting 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  195. Liefting 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  196. Al geeft dr. P. de Vries in het Kerkblad Hersteld Hervormde Kerk aan dat hij nooit lid is geweest van de Gereformeerde Bond en ook nooit een vergadering van Het gekrookte riet heeft bezocht plaats ik zijn werk vóór 2004 toch hier omdat hij toen (dus vóór 2004) wel de Gereformeerde Leer is toegedaan. De Vries is later meegegaan met de Hersteld Hervormde Kerk.Zie voor zijn opmerkingen rond zijn lidmaatschap Vries [P. de] 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  197. Vries [P. de] 1990a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  198. Teeuw 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  199. Koning 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  200. Verboom [W.] 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  201. Hoek [F.] 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  202. Tanis 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/). Het lijkt erop dat ds. Tanis van het ‘anders lezen van Genesis 1:1-3’ afstand neemt.
  203. Boer [L.S. den] 1952a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  204. Hoefnagel 2020a, Wisse 1950a blz. 15 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  205. Egas 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  206. Bakker [F.] 2020a, blz. 9 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  207. Bakker [F.] 2020a, blz. 3 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  208. Ruis 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  209. Bakker [F.] 2020a, blz. 8-9 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  210. Wisse 1950a blz. 3 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  211. Wisse 1950a blz. 3 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  212. Hoefnagel 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  213. Wisse 1950a blz. 4 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  214. Bakker [F.] 2020a, blz. 8-9 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  215. Bakker [F.] 2020a, blz. 8-9 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  216. Bakker [F.] 2020a, blz. 9 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  217. Bakker [F.] 2020a, blz. 9 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  218. Bakker [F.] 2020a, blz. 10 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  219. Bakker [F.] 2020a, blz. 13 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  220. Boer [L.S. den] 1952a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  221. Tanis 2020a (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  222. Koffyberg 1915a. Koffyberg citeert hier dr. A. Kuyper uit De Standaard. Schuurman 1922a blz. 10 en 11 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  223. Schuurman 1922 a blz. 12-13 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).
  224. Schuurman 1922a blz. 14 (https://www.beneluxgeologie.nl/bronnen/).